Venster

Examenreglement voor de middelbare akten

Het ontstaan en de ontwikkeling van bevoegdheden en examens

Vanaf 1 januari 1956 zijn de ALO's als vierjarige dagopleiding door het Rijk op gelijke voet gefinancierd. In hetzelfde jaar werden de procedures voor de inrichting van de examens voor de middelbare akten, en dus ook het examen voor de 'akte MO P', geüniformeerd.
De oorsprong van dit examen ligt zeven jaar na de eerste overheidsbemoeienis met gymnastiek (1857) en twee jaar na de oprichting van de KVLO (1862). Op 2 februari 1864 werd namelijk het eerste examenprogramma voor het middelbaar onderwijs vastgesteld. Voor 'het schoolonderwijs in de gymnastiek' stonden als onderdelen vermeld: theorie, bedrevenheid in 'nuttige lighaamsoefeningen', schermen en exerceren. In 1867 werd het lesgeven daaraan toegevoegd. De voorschriften waren echter zeer globaal en de kwaliteit van de opleidingen liet te wensen over.

Weinig kwaliteitsverbetering tot 1940
Gepoogd werd de kwaliteitsproblemen van de opleidingen op te lossen door het verzwaren van het examenprogramma. Aanzetten waren het in 1885 uitsplitsen van het gemeenschappelijk programma in twee verschillende programma's (éen voor de akte middelbaar en één voor de akte lager onderwijs), het in 1917 invoeren van een schriftelijk examen (een opstel en drie vragen), en nieuwe theoretische en praktische vakken.
Deze wettelijke wijzigingen leiden in de decennia daarna echter nauwelijks tot verhoging van het peil van de opleidingen. De organisatie van de examens was gebrekkig en de examens werden regelmatig ontsierd door problemen. Ook de examenresultaten waren zeer slecht. Dat was het gevolg van de gebrekkige (voor)opleiding van de kandidaten, maar ook door het opportunistisch optreden van de overheid. Die hief in 1934 de inspectie ophief en een loopje nam met het uitvoeren en handhaven van lichamelijke oefening als verplicht vak in het lager en middelbaar onderwijs .

Voortdurende vernieuwing vanaf WO II
Pas vanaf 1940 volgden de kwaliteitsimpulsen voor de lichamelijke opvoeding elkaar in snel tempo op. De regelmatige wijzigingen in structuur en inhoud van opleidingen en examens werden aanvankelijk gestuurd door de bezetter tijdens WO II , het werk van de inspecteurs en consulenten vanaf 1941, de snelle ontwikkeling van de sport en een steeds breder scala aan bewegingsvaardigheden in de opleidingen.
De ALO's kregen een belangrijke kwaliteitsimpuls met de overgang (1956) van een driejarige deeltijdopleiding naar een vierjarige gesubsidieerde dagopleiding en het inrichten (vanaf 1958-1959) van de opleidings- en examenprogramma's op basis van het Besluit examenprogramma middelbare akte lichamelijke oefening (1958) en het reglement examens middelbare akten 1959. Een keerpunt was ook de invoering in 1980 van instituutsexamens waarmee de omvang en de zwaarte van de examens werd verminderd en er voor de reguliere ALO-studenten een einde kwam aan de zo verguisde staatsexamens. De staatsexamens voor de akte MO P hebben uiteindelijk 133 jaar bestaan (tot 1 januari 1998).

In de steeds veranderende samenleving werd vanaf de jaren zeventig de invloed en frequentie van interne en externe variabelen steeds groter. Deze variabelen, afkomstig uit zeer verschillende sectoren hadden een voortdurende sturing op de kwaliteit van de opleidingen en examens.
Bij het initiatief tot en de realisatie van veel van genoemde vernieuwingen speelden de inspecteurs hoger onderwijs Jan Wilmans en Mike Schouten alsmede de KVLO een rol. Dat gebeurde in samenwerking met de betrokken opleidingen, de landelijke examencommissie(s) en de (mede)verantwoordelijke (leerplan)instituties.

Bevoegdheden en (staats)examens verdwijnen, verwante opleidingen ontstaan
Naast de bevoegdheid voor het middelbaar onderwijs bestonden in de loop der jaren diverse andere bevoegdheden op het gebied van de gymnastiek en lichaamsoefeningen. Al de daarbij behorende opleidingen en examens hebben in de loop der jaren ook diverse bijstellingen en vernieuwingen ondergaan die de kwaliteit ten goede kwamen, maar uiteindelijk zijn alle bevoegdheden en daarbij behorende opleidingen en (staats)examens verdwenen.
Slechts de bevoegdheid voor het basisonderwijs is, weliswaar in een gewijzigde vorm, behouden gebleven. De opleiding daartoe wordt verzorgd door de Pabo's. Voor de Pabo's, die na WO II tot 1985 de aparte opleiding 'aantekening j' verzorgden, werd in 2005 namelijk een afzonderlijke opleiding iningesteld onder de naam Leergang vakbekwaamheid bewegingsonderwijs. Deze leergang betreft een keuzevak, deels initieel deels postinitieel, voor studerenden/afgestudeerden van de Pabo. De opleiding geeft, bij het succesvol afsluiten, de bevoegdheid voor het geven van bewegingsonderwijs aan leerlingen van groep drie tot en met acht.
In de jaren tachtig en negentig van vorige eeuw werd de behoefte aan flexibilisering van opleidingsprogramma’s groter. De ALO’s speelden daarop in en startten bovendien met opleidingen voor andere, verwante werkvelden. Zie daarvoor in deze canon bij de vensters van de diverse ALO’s.
Curiosa
  • De voor onderwijzers in het lager onderwijs verplichte scholing vanaf 1890 werd de 'huppelakte' (vrije en orde-oefeningen) genoemd. Deze 'akte' kon ook door niet-onderwijzers gehaald worden
  • Vanaf 1913 bestond het getuigschrift Leider/Leidster van lichaamsoefeningen. Niet voor het onderwijs opgeleide sportleiders verwierven met dit getuigschrift een deelbevoegdheid. In 1942 is deze bevoegdheid opgeheven.
  • In 1957 werd de akte NGy ingesteld. Deze akte gaf alleen bevoegdheid voor het geven van LO (zonder zwemmen) aan meisjes in het lager en middelbaar nijverheidsonderwijs. Deze eenjarige deeltijdopleiding, gerealiseerd in 600 studiebelastingsuren met daarbij nog een stage, werd aanvankelijk door vijf opleidingen gegeven en heeft tot 1980 bestaan.
  • • In 1863 werd, bij de 'Wet houdende regeling op het middelbaar onderwijs', lichamelijke oefening verplicht (mits niet storend!) op de HBS, niet op het gymnasium. Dat duurde nog tot 192, maar in het Olympisch jaar 1928 (Amsterdam) circuleerde nog een conceptbrief van de rectoren van middelbare scholen aan de minister van Onderwijs met het dringende advies gymnastiek te weren.
  • • Over de samenstelling van de nogal eens berucht strenge LO- en MO-Examencommissie tijdens de Tweede Wereldoorlog is een bijzonderheid te melden.

Literatuurverwijzingen

Externe links


Auteur: Mike Schouten en Kees van Tilborg (Versie 2012 en 2018)

M.O.-examens 1956 op de KALO. Afgenomen en afgelegd in de grote zaal van stadion ‘De Vliert’ in ‘s-Hertogenbosch.
Akte van bekwaamheid voor het geven van Middelbaar Onderwijs in het vak Lichamelijke Oefening

Akte van bekwaamheid Middelbaar Onderwijs

V.l.n.r. Mike Schouten, rijksinspecteur Hoger Onderwijs/LO, Klaas Rijsdorp, voorzitter MO Examencommissie, Jan Wilmans, rijksinspecteur Hoger Onderwijs/LO en Peter Kramer, rector HALO.

V.l.n.r. Mike Schouten, Klaas Rijsdorp, Jan Wilmans, Peter Kramer.

Cover overdruk uit De Lichamelijke Opvoeding (1929, juli en augustus)

M.O.-examens en anatomie (1929)

Een van de laatste vergaderingen van de examencommissie lichamelijke oefening lager onderwijs. V.l.n.r. Jan Bolk (district Oost), Jacques Neutkens (district Zuid), Bob Mirck (algemeen voorzitter)

Examencommissie lichamelijke oefening l.o.

Enkele leden van de MO-examencommissie ontspannen zich tijdens de examens in het stadion De Vliert (’s-Hertogenbosch). Juni 1955. V.l.n.r. K. van Schagen (rector ALO-Amsterdam), Lei Derichs (examinator), Arie Tervoort (rector KALO Den Bosch), Gerrit Schulte (wereldkampioen baan en weg, zesdagenrenner en uitbater van het restaurant op De Vliert), Theo van ’t Lam (secretaris staatsexamencommissie MO en inspecteur VO).

Ontspanning tijdens MO-examens 1955

Akte van bekwaamheid voor het geven van Lager Onderwijs in het vak Lichamelijke Oefening

Akte van bekwaamheid Lager Onderwijs

Cijferlijstje van mej. Leen Veeger (opgeleid aan het CILG te Tilburg).

Cijferlijstje van Leen Veeger