Canonlo

Bakker, Maarten

Een halve eeuw ‘kritische, welwillende betrouwbaarheid’ voor vak en vakvereniging

Maarten Cornelis Bakker werd op 16 mei 1900 in Amsterdam geboren. Hij groeide op in Amsterdam waar zijn vader hoofd van een school was. Na het afsluiten (1920) van de 3e HBS met 5-jarige cursus ging Bakker in militaire dienst en volgde een officiersopleiding bij de artillerie.

Leraar LO in Amsterdam
Op 9 augustus 1924 slaagde Bakker in Haarlem voor het examen Lichamelijke Opvoeding MO. In hetzelfde jaar volgde een aanstelling in Amsterdam aan enkele openbare lagere scholen en een jaar later tevens aan de 2e openbare Handelsschool. Hij raakte bekend met het werk van de Amsterdamsche Bond voor Lichamelijke Opvoeding en werd in 1928 lid van de centrale schoolsportcommissie in Amsterdam. In 1929 werd hij aangesteld als theoriedocent aan het
NILO

NILO

Het Nederlandsch Instituut voor Lichamelijke Opvoeding werd in 1912 opgericht op initiatief van de AGOV, de Amsterdamse afdeling van de huidige KVLO. Het initiatief zou een einde moeten maken aan de toenmalige situatie van vele kleine particuliere opleidingsinstituten van matige kwaliteit. Tevens was de ambitie gestalte te geven aan een nationaal opleidingsinstituut voor de lichamelijke opvoeding op academisch niveau. Bakker gaf in 1933 nog leiding aan de lustrumwedstrijden ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de Vereeniging van leerlingen en oud-leerlingen van het NILO. Onder de deelnemers waren ook studenten van andere opleidingen, zoals het DILO, Gymkhana, KILOC, MOON, SCALO en ‘Haarlem’. Twee jaar later (1935) echter werd het NILO opgeheven.
Literatuur: Kaandorp, F.L. en Van Tilborg, C.G.A.T. (2015). Het NILO: Nederlandsch Instituut voor Lichamelijke Opvoeding. De Lichamelijke Opvoeding, 103e, nr. 1, p. 34-36; nr.2, p. 44-45; nr. 3, 40-41.
in Amsterdam. Inmiddels werd Maarten Bakker alom aangesproken met zijn initialen: M.C.

Pionier en promotor van honkbal
Vanaf 1919 speelde Bakker in het eerste team van de Amsterdamse honkbalclub
Quick

Quick

De Amsterdamse honkbalclub Quick is de oudste (opgericht 1913) nog bestaande honkbalvereniging van Europa. In 1922 werd Quick de eerste landskampioen door het winnen van de eerste landelijke competitie.
en maakte bij deze club alle landskampioenschappen mee (1922, 1925 en 1935). Als derde honkman van het Nederlands negental speelde hij zes interlands. In de beginjaren van de georganiseerde honkbalsport was Bakker, in het kielzog van zijn vriend ‘Blees’ (Emile Bleesing), een groot promotor en pionier van honkbal. Na zijn actieve sportcarrière werd Bakker honkbaltrainer/-coach en in 1956 werd hij de eerste Nederlandse internationale honkbalscheidsrechter.

WO II: bewogen bataljonscommandant en principieel consulent
Als bataljonscommandant was Bakker tijdens de inval van de Duitsers gelegerd op de Grebbeberg en
deze periode maakte grote indruk

deze periode maakte grote indruk

Tijdens de mobilisatie in 1939 kreeg ook Bakker een mobilisatieoproep. Als reservekapitein werd hij bataljonscommandant van de 1ste batterij 1ste afdeling van het 8e Regiment (bereden veld-) Artillerie en gelegerd aan de Grebbeberg. Deze legering en de inval van de Duitsers maakten grote indruk op Bakker. Zijn vaderlandsliefde droeg hij uit door boven een aantal brieven te schrijven ‘Ende dispereert niet’ en de brieven te beéindigen met ‘Leve het vaderland’. Alle gebeurtenissen rondom de bezetting waren voor Bakker aanleiding alles vast te leggen. In ‘Van en Over 1–I–8 R.A., 10 mei 1941’ beschreef hij zijn ervaringen als commandant vanaf het begin van de mobilisatie tot aan 10 mei. Eenmaal thuis stuurt hij het verslag, vergezeld van een asbak als oorlogssouvenir, aan alle officieren, onderofficieren en manschappen van zijn regiment. Bakker maakte tevens een overzicht van de ‘Mutaties in legering en van personeel en paarden 1–I–8 R.A. vanaf de Voormobilistaie tot 10 mei 1940’ en een verslag van zijn regiment in de slag om de Grebbeberg: ‘Het vaderland roept ons’ (9 t//m/ 14 mei). Tijdens en na de oorlog correspondeerde Bakker nog vele jaren met militairen die onder hem gediend hadden. Bron: NIOD, collectie nr. 808.
op hem. Na zijn demobilisatie (28-6-1940) werkte Bakker weer als leraar LO in Amsterdam en in 1942 trad hij als consulent (later hoofdconsulent) voor de lichamelijke opvoeding in dienst van de in 1941 ingestelde Rijksinspectie voor Lichamelijke Opvoeding. Vanuit zijn aversie tegen elke vorm van heulen met de bezetter kreeg hij
een langlopend conflict

een langlopend conflict

Uit een dossier betreffende Bakker bij het Nederlands instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies (NIOD) blijkt dat de consulenten tijdens de bezetting een bevoorrechte positie genoten. Dat kwam omdat de bezetters lichamelijke opvoeding hoog in het vaandel hadden staan. Zo mocht Bakker zijn 'rijwiel' behouden voor het uitoefenen van zijn beroep als hoofdconsulent. En als oud-militair kreeg hij een aanmeldingsplicht voor krijgsgevangenschap. Maar in 1943 werd hij, als consulent lichamelijke opvoeding, vrijgesteld van terugvoering in krijgsgevangenschap. Het meest opvallend in het dossier over Bakker is echter de correspondentie met betrekking tot een conflict tussen Bakker en R. IJzer, de Hoofdinspecteur-Adviseur voor de Lichamelijke Opvoeding. Aanleiding voor de ruzie was de bewuste afwezigheid van Bakker bij een bezoek op 26 januari 1944 aan het nationaal-socialistische opvoedingscentrum Avegoor (bij Arnhem). De afwezigheid van Bakker in Avegoor was voor IJzer aanleiding om Bakker te adviseren ontslag te nemen als hoofdconsulent. Het conflict liep hoog op en ook bemiddeling door KVLO-voorzitter J. Korpershoek inzake de 'affaire IJzer' mislukte. Na de oorlog legde Bakker, en met hem Willem Rob, docent aan de ALO-Amsterdam, over de kwestie een voor IJzer belastende verklaring af aan de 'Zuiveringsadviescommissie'. Bron: NIOD, collectie nr. 808.
met hoofdinspecteur R. IJzer.

Bestuurlijk propagandist voor de LO binnen de AGOV en de KVLO
Bakker werd in 1930 bestuurslid van de AGOV. Al een jaar later werd hij vice-voorzitter en van 1935 tot 1946 was hij penningmeester van deze afdeling. In de crisistijd ging Bakker zich ook op landelijk niveau inzetten. Als 2e secretaris (1936-1946) van het hoofdbestuur van de
KVLO

KVLO

De vakvereniging heette destijds Vereeniging van Leeraren en onderwijzers in de Lichamelijke opvoeding in Nederland.
was hij o.a. verantwoordelijk voor de tijdrovende ledenadministratie. Na een
onderbreking

Onderbreking

Tijdens de mobilisatie en het begin van de oorlog was Bakker tijdelijk minder inzetbaar en gedurende zijn verblijf (1946-1949) als militair in Nederlands Indië deed hij geen bestuurswerk.
trad Bakker weer toe tot het hoofdbestuur. Als penningmeester (1955-1972) voerde hij een solide financieel beleid. Daardoor werd de aankoop mogelijk van
een eigen verenigingsgebouw

Eigen verenigingsgebouw

Bakker zag de noodzaak in van een eigen kantoor om de groei en ontwikkeling van het vak en de vereniging bij te houden en te kunnen sturen. Zijn financieel voorzichtige beleid maakte de aankoop mogelijk (april 1963) van het eerste eigen verenigingsgebouw aan de Frans Halsstraat 13 in Utrecht (LO 1963: 193-194; KVLO-archief: V 1963, p. 3-4). Toen dat gebouw te klein werd, zorgde Bakker voor de nodige financiën voor het huidige gebouw in Zeist aan de Zinzendorflaan 9 (LO 1971: p. 177, 705-706, 732, 768).
, werden congressen en (systematiek)conferenties georganiseerd en kon het 100-jarig bestaan in 1962
op luisterrijke wijze

Op luisterrijke wijze

Bakker zorgde niet alleen voor de nodige financiën om het eeuwfeest luisterrijk te kunnen vieren. Hij speelde zelf ook een toonaangevende rol bij de voorbereiding (vanaf 1960) en realisatie van de viering van het 100-jarig bestaan als:
  • lid van de commissie 100-jarig bestaan;
  • penningmeester van de congrescommissie;
  • voorzitter van de prijsvraagcommissie;
  • voorzitter van de gedenkboekcommissie en redacteur van het gedenkboek;
  • lid van de commissie openbare vergadering en receptie;
  • lid van de feestavondcommissie;
  • lid van de excursiecommissie;
  • lid van de dinercommissie;
  • voorzitter van de verslagcommissie.
worden gevierd. Op grond van zijn kennis en netwerk zat Bakker als bestuurder of afgevaardigde in tientallen (advies)commissies op het gebied van de LO en sport, zowel binnen als buiten de KVLO. Hij onderstreepte het kwaliteitsbelang van internationale uitwisseling van gedachten en was in 1953 één van de oprichters van de Internationale Arbeitskreis für Zeitgemässe Leibeserziehung (IAZL). Bakker was bovendien nog een kwart eeuw (1955-1980) secretaris van het Jan Luiting Fonds.

(Eind)redacteur en publicaties
Van 1941 tot 1946 was Bakker redactielid van De Lichamelijke Opvoeding en in 1957 werd hij eindredacteur-samensteller en v
oorzitter van de redactievergaderingen

Voorzitter redactievergaderingen

In 1957-1958 was Bakker even voorzitter van de redactie(vergaderingen). In 1958 nam Klaas Rijsdorp, die al vanaf 1947 lid was van het redactieteam, het voorzitterschap van de redactie(vergaderingen) op zich en zou Bakker zich vele jaren concentreren op zijn werk als eindredacteur-samensteller.
. Toen hij stopte (1-1-1973) was hij geslaagd in zijn voortdurend streven naar verbetering van de kwaliteit en vergroting van de omvang. Onder hem groeide het blad uit tot het grootste verenigingsorgaan van Nederland van verenigingen van vergelijkbare grootte: van 530 pagina’s in 1972 naar een ‘all-time-high’ van 1042 pagina’s in 1969. Elke veertien dagen moest het blad uit, ‘op tijd en op peil’ Af en toe verzorgde Bakker zelf een artikel, (congres)verslag, rapport of boekbespreking en als eindredacteur was hij verantwoordelijk voor het
gedenkboek

Gedenkboek

Het betreft: Bakker M.C. et al. (eds) 1962. Honderd jaar lichamelijke opvoeding 1862-1962. S.l.: s.n., 222 p. In dit boek schreef Bakker zelf een kort artikel: Het zwemonderwijs op de scholen (p. 189-191).
en congresverslag bij het 100-jarig bestaan van de KNVLO in 1962.

Een leven lang toegewijd voortrekker
Bakker streed in een turbulente tijd voor vakinhoudelijke verbetering, ontwikkeling van de opleidingen, de gelijkberechtiging van het vak, de rechtspositie van de leraren en de belangen van de leden van ‘De Nederlandse’. Ruim 50 jaar van zijn leven besteedde hij aan het scheppen van voorwaarden waardoor bewegende jonge mensen tot hun recht zouden kunnen komen. Zijn werk werd door vele instanties gewaardeerd met een erelidmaatschap: van zijn honkbalclub Quick (1951), van de KVLO (1962), van de AGOV (1965), en van de KNHB (1974), de toenmalige honkbalbond. De KNHB gaf in de jaren zestig (tot in de jaren tachtig) de aspirantencompetitie zijn naam en de vrijmetselaarsloge‘Broedertrouw benoemde hem tot ‘
Meester van Eer

Meester van Eer

Bakker kreeg deze onderscheiding onder andere voor een historische publicatie bij het 100-jarig bestaan van de Loge. Het betreft Kruisheer, C.J. en Bakker, M.C. (1981). Ken U Zelven. (1981). Honderd jaar Loge “Broedertrouw” O:. Doetinchem’. Doetinchem, s.n.: 56 p.
’ (1981). Maarten Bakker overleed op 28 december 1988 in Warnsveld.

Literatuurverwijzingen

Voor de gebruikte literatuur klik op literatuurverwijzingen

Externe links

Koninklijke Nederlandse Baseball en Softball Bond

Auteur: Kees van Tilborg