Canonlo

Steenbergen, Harmanus Joh.

Initiatiefnemer van demonstratielessen en (voor)lezingen, en voorzitter (1865-1871) van de vakvereniging

Harmanus Johannes Steenbergen werd geboren in Den Haag op 28 december 1827. Daar nam hij dienst in het leger en startte hij een gezin in bijzondere omstandigheden.

Opgeleid in de beginjaren van het gymnastiekonderwijs
In 1862 legde Steenbergen met goed gevolg het examen af voor de lagere akte ‘gymnastiek’.Op 22 oktober 1862 werd hij door de gemeenteraad van Gouda benoemd tot onderwijzer in de gymnastiek voor de lagere scholen met een jaarwedde van Hfl. 800. Steenbergen nam vervolgens ontslag uit het leger en verhuisde
naar Gouda

naar Gouda

Vanaf 10 november 1862 ging Steenbergen als ‘gepensioneerd militair’ met vrouw en zoon in Gouda (Karnemelkstraat) wonen. Hij woonde daar in de loop der jaren op verschillende adressen en verleende regelmatig voor een lange periode onderdak aan familieleden.
. Daar werd hem in 1863 het gymnastiekonderwijs aan de ‘kweekelingen’ bij de normaallessen opgedragen met Hfl. 50,- als jaarwedde. De gedrevenheid van Steenbergen bleek toen in 1863 het gymnastiekonderwijs op de Hogere Burger Scholen verplicht werd gesteld en voor het behalen van de daarbij behorende middelbare akte een examen werd ingevoerd. Hij bereidde zich voor en legde in 1864 met goed gevolg het examen af, samen met H. Pfaff, de latere secretaris (1887-1899) van de vakvereniging.

‘Gymnastiekmeester’ in Gouda
Toen in Gouda in1865 de Hogere Burger School (tegenwoordig GSG Leo Vroman) werd opgericht, was Steenbergen één van de
zes docenten

Zes docenten

Naast de directeur W. Julius werden in september bij Koninklijk besluiten van 1 en 21 september 1865 benoemd:
  • K. Mars;
  • R.R. Lit;
  • P.H. van Moerkerken;
  • P.G. Luitjes;
  • J.J. Bertelman;
  • H.J. Steenbergen
die werden aangesteld. Hij vervulde daar jaren lang een deeltijdbaan. Zo gaf hij in 1879, voor een jaarwedde van Hfl 500, les aan 35 jongens in twee afdelingen van 18 en 17 leerlingen. Elke afdeling kreeg drie uur les per week waarvan twee halve uren voor exerceeroefeningen. Steenbergen zou bijna dertig jaar, tot 1 september 1899, aan de HBS werkzaam zijn. In Gouda zette Steenbergen zich ook in voor gymnastiek aan kinderen die de ‘lagere school’ hadden verlaten. Hij deed dat in de vorm van
experimenten met ‘herhalingsonderwijs’

Experimenten met ‘herhalingsonderwijs’

Steenbergen had geconstateerd dat in allerlei ‘ambachten’ sprake was van fysiek zware en eenzijdige belasting, lange werkdagen en veel overwerk. Dat stond volgens hem een harmonische ontwikkeling van de kinderen in de weg en daarom gaf hij gedurende een kleine drie jaar in zijn woonplaats Gouda gratis gymnastiek aan kinderen boven de twaalf jaar. Het aantal leerlingen liep op tot twintig maar toen de belangstelling geleidelijk minder werd, stopte hij de lessen.

Later startte Steenbergen deze lessen opnieuw op, nu met steun van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen. Hij gaf twee maal per week ’s avonds les van 20.30 tot 22.00 uur. Ook deze poging mislukte: aanvankelijk had hij 42 leerlingen, na enkele maanden nog 8 en uiteindelijk kwam er niemand meer. Het was goed bedoeld maar voor de kinderen bleek het uiteindelijk een te zware (dag)belasting.

Omdat collega’s in andere steden vergelijkbare ervaringen hadden, meende Steenbergen dat het bestuur geen zaak moest maken om dit soort onderwijs te realiseren. Desondanks besloot het bestuur bij de gemeentebesturen van Zuid-Holland aan te gaan dringen op ‘herhalingsonderwijs’.
.

Voorzitter in pionierstijd / pioniers van het eerste het eerste uur / introspectie
In 1862 werd Steenbergen lid van de in dat jaar opgerichte ‘Vereeniging van Gymnastiekonderwijzers in Nederland’. In de ledenvergadering van 27 en 28 december 1864 werd hij gekozen tot bestuurslid (De Wekker, 1865, 22e, nr. 1, p. 4). Tijdens een bestuurlijke impasse schreven Steenbergen, H. Eshuys en M.A. van der Est, als ‘bestuurderen’, een algemene vergadering uit op 28 en 29 december 1865. Tijdens deze ‘wintervergadering’ werd Steenbergen tot voorzitter benoemd en kreeg Eshuijs de functie van secretaris. Steenbergen bleef voorzitter tot 1871 en was vanaf 1875 (Volksheil 1875; V 1875/1876) nog enkele jaren als commissaris lid van het bestuur. In 1879 werd hij
niet herkozen als bestuurslid

Niet (her)benoemd als bestuurslid

In 1875, 1976, 1877 en 1878 (Volksheil 1875-1878, p. 90, p.171) was Steenbergen lid van het bestuur van de vereeniging van Gymnastiek-onderwijzers in Nederland. Hij bleef dat tot april 1879. Hij was toen aan de beurt om af te treden en werd op de ledenvergadering (15 en 16 april in Arnhem) niet herkozen. Hij kreeg 6 van de 18 stemmen en C.J.G. Mieremet, de latere penningmeester (1887-1917), werd met tien stemmen gekozen (Volksheil 1879, p. 241-242; 246-250).

In diezelfde vergadering bleek ook (de oud 1e voorzitter) Burggraaf zich kandidaat gesteld te hebben, maar deze behaalde slechts één stem maar stelde zich desondanks wel positief op (Volksheil 1879, p. 249-250).
. In totaal was hij ruim vijftig jaar lid van de vakvereniging. Steenbergen was ook lid van de examencommissie voor de middelbare examens gymnastiek en zeer actief in de Zuid-Hollandsche Gymnastiek Onderwijzers-Vereeniging.

Initiatiefnemer van ‘openbare’ demonstratielessen’ en ‘voorlezingen
Als voorzitter verzette Steenbergen veel pionierswerk dat bij een jonge vereniging in een moeilijke tijd hoorde. Hij moest
veel weerstanden

Veel weerstanden

Alhoewel het vak gymnastiek ‘verplicht’ was, bestond in de praktijk nog veel weerstand, met name onder schoolleiders, kerkgemeenschapleiders en politici, Dat leidde tot een vrijblijvende uitvoering (op onmogelijke tijdstippen voor en na de gebruikelijke schooltijden) van het ‘verplichte vak’ omdat het, overigens net als andere vakken, facultatief was. Bovendien ontbraken minimum- en maximumtabellen en was geen sprake van een leerplan. Tevens ontbrak een regeling over de inhoud van de opleidingen en het examenprogramma.
wegnemen in zijn strijd voor het daadwerkelijk verplicht stellen van het vak en de gelijkberechtiging van vak en docent.
Ter verbetering van de gymnastiek en de vakvereniging startte Steenbergen in 1865 (V 1865; V 1866) met twee activiteiten:
  • het bijwonen van het gymnastisch onderwijs aan kinderen te geven door den onderwijzer gevestigd in de plaats der vergadering;
  • het houden van voorlezingen voor of over gymnastiek’.
In de wintervergadering van het verenigingsjaar 1865/66 gaf Steenbergen in Gouda zelf de eerste
demonstratieles

Demonstratieles

Tijdens de ‘Algemeene vergaderingen’ van de vereniging - tot 1870 vonden die twee maal per jaar plaats - kwamen allerlei lopende zaken aan de orde die voor de onderwijzers van belang waren. Op voorstel van Steenbergen werden tijdens de vergadering vanaf 1965 ook openbare lessen aan kinderen gegeven. Hij was van mening dat de les, en een discussie daarover, inzicht gaven in opvattingen van de betreffende onderwijzer over de praktijk van de gymnastiek. Daarnaast werden de lessen gebruikt voor propaganda omdat voor de ‘demonstratie’ allerlei autoriteiten, ouders en belangstellenden werden uitgenodigd.
Ook toen hij geen voorzitter meer was, gaf Steenbergen demonstratielessen. Zo gaf hij op 18 april 1876 in Gouda, tijdens de jaarlijkse vergadering van gymnastiekonderwijzers in Nederland, een openbare les aan meisjes (Volksheil 1876).
. Hij hield ook regelmatig (voor)lezingen. Deze dienden ook om naar buiten op te treden en vooroordelen te laten verdwijnen. Mede daarom werden de ‘voorlezingen’ gedrukt en verspreid.

Steenbergen realiseerde zich als eerste van een hele reeks voorzitters dat het belangrijk is goede contacten met politici te onderhouden. Hij nodigde ze uit als gastspreker, benaderde de politiek met ‘adressen’ en wees op de inconsequentie van de overheid om gymnastiek wel verplicht te stellen voor bepaalde delen van het middelbaar onderwijs maar niet voor het lager onderwijs. Omdat de bestaande wetgeving en het ontbreken van eisen voor examens geen kwaliteitsgarantie boden, streefde het bestuur onder Steenbergen naar ‘het daarstellen eener kweekschool’ voor onderwijzers in de gymnastiek. Dit naar het voorbeeld van de rijks kweekschool voor gymnastiek in Dresden. De poging had echter geen resultaat.

‘Veredelen’ van de gymnastiek
Het gebrek aan waardering voor het vak en de leraar moest volgens Steenbergen niet alleen bij de overheid, maar zeker deel ook bij de gymnastiekonderwijzers gezocht worden. Hij hekelde weliswaar de achterstelling in salaris – ‘alsof dat de belangrijkheid van het vak aan zou geven’ - maar constateerde ook het ontbreken van eensgezindheid en samenwerking van de onderwijzers in de gymnastiek. Hij klaagde zichzelf en zijn ‘waarde ambtgenoten’ aan voor het feit dat ‘het grootste gedeelte onzer Natie ten enenmale niet is ingenomen met ligchaams-oefeningen’. Bij veel collega’s was sprake van ‘wangunst’ en ‘miskenning’ en was de zucht naar geld groter dan de zorg voor het belang van het algemeen. Daarom riep hij met de leus ‘zelfveredeling’ op tot eenheid en onderlinge verbroedering. Steenbergen onderkende het belang van eenheid in het onderwijzen en beoefenen van de gymnastiek alsmede van een sterke vertegenwoordiging via een vakorganisatie. Hij stelde dat centraal in de algemene vergadering die in 1867 werd uitgeschreven. Voor deze vergadering waren daarom ook alle niet aangesloten gymnastiekonderwijzers uitgenodigd. Steenbergen onderstreepte het belang van een sterke en daadkrachtige vereniging en riep ‘… de mannen van het vak op de handen ineen te slaan om (…) de gymnastiek te veredelen en (…) die plaats in het volksonderwijs te verschaffen (…) waarop zij regt heeft’ (Steenbergen 1867).

Als voorzitter werd Steenbergen gerespecteerd om zijn 'waardige, beschaafde betoogtrant'. Na zijn aftreden (1871) bleef hij alle algemene vergaderingen bezoeken en nam daar deel aan de discussies. ‘De Nederlandsche was hem lief’ en voor zijn verdiensten in de pionierstijd van de vereniging werd hij in 1912, bij het 50-jarig bestaan van de vereniging, benoemd tot erelid. Steenbergen overleed op op 20 juni 1916 op 89-jarige leeftijd in Gouda.

Bronnen en literatuurverwijzingen

  • Algemeen Handelsblad van 16-05-1896.
  • Archief KVLO te Zeist:
    • V 1865/1882);
    • Ken U Zelven. Jaarboekjes (1892-1919) van de Vereeniging van gymnastiekonderwijzers in Nederland.
  • Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage van 22 juli 1866.
  • http://ww.delpher.nl onder kranten en tijdschriften.
  • http://www.groenehartarchieven.nl
  • Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad van 24-10-1862.
  • Nieuwe bijdragen ter bevordering in het onderwijs, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koninkrijk der Nederlanden voor de jaren … 1862: p. 1207;… 1863: p. 640.
  • Steenbergen, H.J., (1867). Openingsrede bij de Algemeene Vergadering van onderwijzers in de gymnastiek op vrijdag den 26n julij 1867, te Rotterdam in het Gebouw voor Gymnastisch Onderwijs aldaar, door H. J. Steenbergen, leeraar in de gymnastiek te Gouda. Gouda: Ter Courantdrukkerij van A. Brinkman, 8 p.
  • Verslag van den staat der hooge-, middelbare- en lagere scholen in het Koninkrijk der Nederlanden. De jaargangen 1861-1871.
  • Volksheil: 1873 tot en met 1991.

Auteurs: Jan Rijpstra en Kees van Tilborg