Canonlo

Kramer, Peter

Leraar LO, pedagoog, historicus en voorzitter (1962-1988)

Breed opgeleide docent en rector
Johannes Peter Kramer werd geboren op 25 augustus 1925 te Utrecht. Hij volgde in Utrecht het lager en middelbaar onderwijs en studeerde van 1945 tot 1948 aan de ALO Amsterdam . Later studeerde hij aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam, faculteit voor sociale en politieke wetenschappen. In 1954 behaalde hij het kandidaatsexamen in de sociale pedagogiek en in 1958 in de pedagogiek. In 1986 slaagde hij voor het doctoraalexamen pedagogiek. Als leraar was hij werkzaam in het VHMO en aan de Rijkskweekschool te Utrecht. In 1959 werd hij benoemd tot docent geschiedenis, stelsels en literatuur van de lichamelijke opvoeding aan de HALO. Hij was bij uitstek deskundig in de historie van de lichamelijke opvoeding en medeauteur van vele publicaties en boeken. In 1961 werd hij conrector van deze academie en in 1968 volgde hij Klaas Rijsdorp op als rector.

Visionair bestuurder
Kramer had grote belangstelling voor de beleidsvorming inzake de lichamelijke opvoeding en de theoretische onderbouwing ervan. In 1948 werd hij lid van de 'Nederlandse' en de AGOV. In 1956 werd hij algemeen secretaris en in 1962, het jaar waarin de vereniging het predicaat 'Koninklijke' kreeg, werd hij tot voorzitter gekozen. Bij zijn afscheid van de KVLO werd hij benoemd tot erevoorzitter.

Gedurende zijn voorzitterschap heeft de vereniging een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Kramer was daarbij op velerlei gebieden de grote inspirator, organisator en charismatisch leider van ontwikkelingen die de vereniging groot maakte. Hij creëerde nationaal en internationaal een imposant netwerk in het veld van overheid en politiek, onderwijs en wetenschap en de georganiseerde sport, hetgeen van zeer grote betekenis is gebleken voor de KVLO en de lichamelijke opvoeding.

Schepper van eenheid in de vakorganisatie
Een hoogtepunt in zijn loopbaan was de fusie, in 1987, met de katholieke zustervereniging Thomas van Aquino tot een nieuwe vereniging: de KVLO met meer dan 8.000 leden. Zo stelde hij de vereniging in staat van een beroepsvereniging uit te groeien tot een volwaardige vakorganisatie, ondersteund door een professionele staf op onderwijsinhoudelijk en arbeidsrechtelijk gebied.

Nationaal en internationaal netwerker

Omdat Kramer ook voorzitter was van de CMHA kon hij zowel in het centraal bestuur, als in het bijzondere georganiseerd overleg in onderwijszaken, de belangen van de KVLO en de lichamelijke opvoeding behartigen. Hij onderhield daartoe uitstekende contacten met politici en onderwijsspecialisten uit de tweede kamer, de NSF, het NSO, en de Stichting voor de Wetenschap en de Sport. Door zijn voorzitterschap van ICHPER betrok hij de KVLO bij de internationale gedachtewisseling over de lichamelijke opvoeding.

Gewaardeerd om zijn levenslange inzet voor ‘het kind’
Voor zijn jarenlange onvermoeibare inzet – met hart en ziel – voor de beleidsvorming van de lichamelijke opvoeding in de meest brede zin, werd hij in 1977 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en bij zijn afscheid in 1988 bevorderd tot officier in die orde. Kramer werd als voorzitter opgevolgd door Oene Loopstra en overleed op 23 september 1996 te Utrecht.

'Om iets wezenlijks over te brengen moet je visionair zijn, om zin en betekenis te geven moet je liefde kunnen opwekken en aanvoelen wat mensen beweegt, wat hen motiveert en wat hen imponeert.' Als dat de
kern van leiderschap

kern van leiderschap

Bron: Harry Starren, directeur van De Baak, opleidingscentrum voor middel en hoger management. NRC Handelsblad 19 februari 2011: p. 27.
is, dan is dat van toepassing op Peter Kramer. Of zoals hij dat zelf verwoordde tijdens zijn afscheid op 24 februari 1988: 'Het is die lichamelijke opvoeding, de liefde voor het kind die bij ons allen centraal dient te staan. Daarvan in dienst te mogen staan is een voorrecht.'

Auteur: Servé Retera