Canonlo

Mirck, Bob

Een integer pleitbezorger van bewegingsonderwijs

Bob Mirck zag op 14 december 1935 in Amsterdam het levenslicht. Na enkele maanden verhuisde hij naar Bussum waar hij, veel buiten spelend, opgroeide. Door de oorlogsom-standigheden ging hij slechts vier jaar naar de lagere school.

Opleiding en loopbaanstart
Na de Bussumse Mulo te hebben voltooid, werd de opleiding tot onderwijzer aan de Rijkskweekschool in Hilversum gevolgd (1952-1957). Daar maakte hij kennis met de l.o.-docent Piet Alkema (later conrector van de Amsterdamse ALO) die hem inspireerde en aanraadde al tijdens de kweekschooljaren de lessen voor de akte LO J te volgen. Die akte werd in 1956 behaald.
Na twee jaar militaire dienst (officier inlichtingendienst) was Mirck in deeltijd vakonderwijzer aan scholen voor lager onderwijs in Purmerend en Amsterdam, terwijl hij tegelijkertijd het derde en vierde jaar aan de Amsterdamse ALO volgde. De akte MO-P werd in 1961 behaald. Vervolgens werkte hij tussen 1961 en 1964 als leraar l.o. op verschillende scholen voor voortgezet onderwijs, onder meer op een opleiding voor kleuterleidsters.

De leergierige Mirck volgde twee jaar lang de '
post-academiale leergang

post-academiale leergang

Deze leergang, ook wel ‘bovenbouw’ of ‘voortgezette studie’ genoemd, was het gevolg van de universitaire ambitie van de eerste rectoren van de ALO-Amsterdam. Ze wilden het vak lichamelijke opvoeding meer aanzien geven door de opleiding te richten op onderzoek. De opleiding bestond daartoe aanvankelijk uit een driejarige (deeltijd)opleiding voor het ‘kandidaatsexamen’ en twee jaar (8 uur per week ’s avonds) voor de ‘bovenbouw. Docenten waren o.a. de hoogleraren F.J.A. Buytendijk (Fysiologie), L. van der Horst (psychologie), M.W.Woerdeman (anatomie en antropometrie) en K. Gaulhofer (sociologie). In 1936 werd het 1e diploma van de ‘voortgezette studie’ uitgereikt door de toenmalige rector, prof. dr. K. Gaulhofer.
' aan de ALO, maar van grotere invloed was zijn deelname tussen 1961 en 1971 aan de destijds befaamde Paalberg Conferenties. Daar kwam hij onder de indruk van de ideeën van G. Groenman en C. Gordijn en ook van die van de existentieel filosoof W. Luijpen. Zelf zei hij daarover: 'De op de Paalberg opgedane inzichten hebben in hoge mate mijn bewegingsonderwijsconcept beïnvloed.'

De Pabotijd
Mirck werkte van 1963 tot 1981 aan de Rijks Pabo in Alkmaar, eerst als leraar l.o. en vanaf 1976 ook als directielid. Al gauw raakte hij betrokken bij de opleiding voor de akte LO J. Vanaf 1964 was hij lid en enkele jaren later districtsvoorzitter van de examencommissie voor die akte. Zijn samenbindend vermogen en zijn op kwaliteitsbevordering gericht leiderschap werden snel herkend en gewaardeerd en dat leidde er toe dat hij van 1979 tot 1991 fungeerde als landelijk voorzitter van de examencommissie voor de akte LO J.

De Amsterdamse periode
In 1981 werd Mirck in Amsterdam benoemd tot gemeentelijk inspecteur lichamelijke opvoeding. Tengevolge van de decentralisatie van het Amsterdamse bestuur werd die functie in 1990 omgezet in die van 'beleidsadviseur onderwijs, lichamelijke opvoeding en sportstimulering' voor de stadsdelen Noord en Zuidoost. Deze functie vervulde hij tot aan zijn pensionering in 1995.
In zijn Amsterdamse periode wist hij - dankzij zijn vermogen een duidelijke visie praktisch vertaling te geven - enkele opvallende projecten te ontwikkelen. Allereerst moet de instelling van de Stedelijke Projectgroep Bewegingsonderwijs worden genoemd, een met een goede neus voor kwaliteit geformeerde groep van tien vakleerkrachten (de meesten studerend bij de vakgroep Bewegingsagogiek aan de VU), die de didactische uitgangspunten uit de door Mirck en Anneke Prins geschreven Nota Vakonderwijs in Amsterdamse basisscholen implementeerde. Dat resulteerde in substantiële innovaties in het vakonderwijs. Voorts ontwikkelde Mirck met Jan Jiskoot (zwemdocent aan de ALO) een plan voor het Amsterdamse schoolzwemmen. Aan dat plan werd een leerlingvolgsysteem verbonden en tevens werden gedurende een reeks van jaren studiedagen voor de tachtig Amsterdamse zwemonderwijzers georganiseerd. Tenslotte mag Mircks bijdrage aan het samen met Truus van der Gugten (KVLO) en Jan Kallenbach (ALO) ontwikkelde project 'Zelfverdediging voor meisjes' (later ook voor jongens) niet onvermeld blijven. De bij dit project ontwikkelde cursus werd landelijk door meer dan 1500 docenten gevolgd.

Ook actief na pensionering
Ter gelegenheid van zijn pensionering in 1995 werd Bob Mirck voor zijn bijzondere verdiensten voor het vak onderscheiden met de erepenning van de KVLO. Echter, ook na zijn pensionering bleef Mirck een belangrijke rol spelen. Niet omdat hij een 'bobo'-type zou zijn maar vanwege zijn hoffelijkheid, zijn vermogen te luisteren en een ieder in zijn waarde te laten, was hij in talrijke gremia een graag geziene voorzitter. Zo fungeerde hij, na eerder al te zijn opgetreden als voorzitter van de Commissie Vakonderwijs van de KVLO, van 1995 tot 2001 als voorzitter van het ALO-directeurenoverleg en was hij tot 2004 als bestuurslid en adviseur een stuwende kracht in de Nationale Raad Zwemdiploma's. In die laatste hoedanigheid speelde hij een belangrijke rol bij het tot stand komen van
twee rapporten

twee rapporten

Het betreft:
  • Crum B.J. (1992). Schoolzwemmen en zwemvaardigheid. Doorn: FBBZ-Werkgroep Schoolzwemmen, 70p.
  • Crum B.J. (1997). Schoolzwemmen en zwemvaardigheid II - een kwestie van educatie en zorg. Doorn: FBBZ-Werkgroep Schoolzwemmen, 62p.
over 'Schoolzwemmen en Zwemvaardigheid' en bij de uitvoering (2002-2004) van het landelijk project 'Schoolzwemvangnetten'.

Na ‘echt alles uit het leven gehaald’ te hebben en ‘daarna nog even doorgeleefd’, overleed Bob Mirck in Bergen (N-H) op 4 november 2018.


Auteur: Bart Crum