Canonlo

Tervoort, Arie

Arie Tervoort (1894-1960), ‘pa’, directeur en rector (1933-1959) van de KALO

Adrianus Johannes Tervoort (geboren 5 mei 1894 te Wijk aan Zee) was voorbestemd om in het tuindersbedrijf van zijn vader te werken Als gevolg van een crisis in die sector ging Arie Tervoort echter naar de Bisschoppelijke Kweekschool in Beverwijk. Na zijn afstuderen (1913) werkte hij tot het einde van dat jaar als onderwijzer in Heinkenszand en aansluitend tot 1922 in Den Bosch.
Tijdens zijn militaire dienst (1914-1917) studeerde Arie Tervoort voor de hoofdakte (1917). Eenmaal mobilisatiesoldaat af, haalde hij het getuigschrift als leider van lichaamsoefeningen (1918), de akte gymnastiek lager onderwijs (1919) en de akte middelbaar onderwijs (1920).

Aimabel bouwer van een volwaardige ALO-opleiding
Als gymnastiekleraar was Arie Tervoort werkzaam aan de HBS te Oss (1922-1925), de Rijkskweekschool te 's-Hertogenbosch (1922-1932), het lager en MULO-onderwijs aan 'De Ruwenberg' te St. Michielsgestel (1922-1954), de R.K. HBS te Waalwijk (1926-1945), de Bisschoppelijke Kweekschool van de fraters (1932-1956) en het St. Janslyceum in 's-Hertogenbosch (1945-1956). Tervoort combineerde de betrekkingen op deze scholen met de lessen die hij al vanaf de oprichting van het CILG (1924) aan de ALO verzorgde. Daar veranderde niets in toen hij in 1933 Huub Nijsten opvolgde als directeur van het CILG. Pas toen het CILG in 1956 een dagopleiding werd, kreeg hij daar een volledige aanstelling en werd hij de eerste rector.
De status van het vak en de resultaten bij de examens waren de belangrijkste prioriteiten voor Tervoort als rector. Voor het CILG waren zijn grootste verdiensten het handhaven van de opleiding in de jaren voor WO II , het uitbreiden van de opleiding na de oorlog, het verkrijgen van een volwaardige accommodatie op het stadion De Vliert ('s-Hertogenbosch), de inrichting van een vierjarige dagopleiding, het verkrijgen van rijkssubsidie, de introductie van de Oostenrijkse School, en de praktische toelatingstest voor nieuwe studenten.
Tervoort was het prototype van een antidirecteur en liep quasi onverschillig door het gebouw met de boodschap dat sfeer veel belangrijker is dan kennis en uiterlijkheden. Hij was niet afstandelijk, zoals de meeste docenten en schoolleiders in die tijd. Integendeel, Tervoort nam alle tijd voor een praatje, had een hekel aan moeilijk of ingewikkeld doen en regelde alles democratisch. Studenten en medewerkers waren dan ook vol lof over hem. Ze vonden hem integer, gemoedelijk, vrolijk, bourgondisch, beminnelijk, communicatief, hulpvaardig, optimistisch, gevoelig en tactvol.

Netwerker met invloed
Als voorzitter van 'De Nationale' en Thomas hield Tervoort vele jaren de openingsrede bij de ledenvergaderingen. Maar hij verdiepte zich niet in inhoudelijke en theoretische problematieken van de lichamelijke opvoeding. Hij was een goede turner, enthousiaste voetballer en bekwame schermer en van daaruit sterk gericht op de praktijk. Als eindredacteur van het RK Vakblad voor Gymnastiek zorgde hij dan ook voor veel praktische bijdragen. Hij schreef daarnaast talrijke redactionele commentaren.
Door zijn
talrijke functies

talrijke functies

Tervoort was zeer actief in het verenigingsleven. Hij was lid van de Sint Vincentiusvereniging van zijn parochie, leider en later directeur van de R.K. Gymnastiek- en Athletiekvereniging Oefening Staalt Spieren in Den Bosch, voorzitter van het hoofdbestuur en het afdelingsbestuur van de Nederlandse Reisvereniging, leider van de Waalwijksche Gymnastiek Vereeniging (WVG), voorzitter van de Bossche Sportraad en van de Bossche atletiekcommissie. En als lid van de stedelijke muziekcommissie en oprichter en voorzitter van de R.K. vereniging Bosch Gemengd Koor stimuleerde hij het muziekleven. Als overtuigd katholiek was hij zeer actief binnen katholieke organisaties in de wereld van de lichamelijke opvoeding en sport. Hij was voorzitter van de technische commissie van de RK Diocesane Gymnastiekbond, lid van het erecomité van het eerste Nederlandsche Congres voor Lichamelijke Opvoeding en vanaf 1934 voorzitter van de Nationale Roomsch Katholieke Vereeniging van Leeraren en Onderwijzers in de Gymnastiek. Hij was oprichter, voorzitter en erevoorzitter van de sectie lichamelijke oefening van St. Bonaventura, medeoprichter en eerste voorzitter (1950-1959) van de vakvereniging St. Thomas van Aquino, voorzitter van de werkgroep Den Bosch van Thomas, medeoprichter en voorzitter van de afdeling Den Bosch van de Nederlands Katholieke Gymnastiek Bond, en vanaf 1958 vicevoorzitter van de Nederlandse Katholieke Sportfederatie.
had Tervoort een imposant sociaal-maatschappelijk netwerk van vrienden en relaties. De invloed die hij daardoor had, wendde hij strategisch aan voor de opbouw van katholieke organisaties. Toen deze eenmaal gevestigd waren, kon hij veel realiseren binnen eigen (katholieke) kring.

Waardering voor zijn verdiensten
De kerkelijke respectievelijk burgerlijke overheid waardeerden de bijzondere verdiensten van Arie Tervoort door hem te onderscheiden als Ridder in de Orde van St. Silvester met kap en degen (1955) respectievelijk Officier in de Orde van Oranje-Nassau (1955). De vakvereniging Thomas benoemde (1959) hem tot erevoorzitter. De grootste erkenning van zijn werk voor de student en de lichamelijke opvoeding moet hij echter elke dag gevoeld hebben, als de studenten hem met 'pa' aanspraken.
Kort na zijn pensionering in 1959 overleed Arie Tervoort op 19 augustus 1960 in 's-Hertogenbosch.

Literatuurverwijzingen

  • Korpershoek, J.M.J. (1960). ‘A. J. Tervoort. Ter nagedachtenis’. De Lichamelijke Opvoeding, 48e, p. 383.
  • Tilborg, C.G.A.T. van (2000). Sedimenten van sentimenten: 75 jaar Academie voor Lichamelijke Opvoeding Tilburg. Tilburg: Fontys Sporthogeschool. Deel 1: Status nascendi 1924-1956, p. 183-187.


Auteur: Kees van Tilborg