Venster

ACHODLO

Op 14 februari 1984 stelde minister W. Deetman de Adviescommissie Herstructurering Opleiding Docenten Lichamelijke Opvoeding in. De ACHODLO moest adviezen uitbrengen over de opleiding en nascholing van leraren lichamelijke opvoeding voor zowel de categorieën leerlingen van 12-15 jaar als die van 16 jaar en ouder. De ALO’s kregen daarmee de kans de relatieve achterstand die zij hadden opgelopen ten opzichte van de andere lerarenopleidingen, om te zetten in een relatieve voorsprong.

Tijdens de ACHODLO-bijeenkomsten was sprake van een vruchtbare rolverdeling. Voorzitter van de ACHODLO was Wim de Boer, voorzitter van het college van Bestuur van de Katholieke Leergangen. De Boer speelde een belangrijke strategische rol omdat hij op de hoogte was van de ontwikkelingen in de lerarenopleidingen, thuis was in de ambtelijke taal en bekend was met de gang van zaken op het ministerie. Wat betreft de inhoud speelden met name Roel Westerhof en Harry Büchner een hoofdrol. Zij streden voor het waarmaken van de eerste graads positie van de ALO's, omdat de samenleving op enig moment toch een oordeel zouden uitspreken over de kwaliteit. De strijd van Westerhof en Büchner leidde tot boeiende discussies die de opmaat vormden voor de conceptteksten die door hen geschreven werden.

De commissie formuleerde uiteindelijk, op basis van studie van relevante ontwikkelingen en onderzoek (Crum e.a. 1983), een serie vernieuwingsvoorstellen over opleidingsmodel, (invloeden op) sensomotorische ontwikkeling van jeugdigen, instroom van studenten, praktische voorbereiding op het leraarschap, integratie van vakken, eindtermen en differentiaties. Na het verschijnen van het hoofdadvies over de voltijdopleiding (1985) rapporteerde de ACHODLO ook nog over de deeltijdopleidingen (1985), de opleiding voor speciaal onderwijs (1986) en de opleiding voor hogere sportfunctionarissen (1986). Tot slot verscheen in 1987 nog een Nader commentaar.

De ACHODLO koos stelling voor een tweede- én eerste-graadsopleiding. De werkzaamheden van de commissie leidden uiteindelijk tot het besluit van de minister opleidingen in te richten voor één ongedeelde eerstegraads bevoegdheid met een cursusduur van vier jaar. De door de ACHODLO voorgestelde differentiatiemogelijkheden moesten tijdens deze vier jaar gerealiseerd worden. Het gewenste tweegradenstelsel werd weliswaar niet gehonoreerd maar de ALO's hadden de ongedeelde eenvakkige eerstegraads opleiding behouden.

Literatuurverwijzingen:

  • Crum, B.J., Koolwijk, A.J.A. van, Mooren J.E.M., Westra, T. (1983). Terugkijken op de ALO. Amsterdam: Vrije Universiteit, 96 p. + B1, 14 p.; B2, 8 p.; B3, 34 p.
  • Tilborg, C.G.A.T. van (2000). Sedimenten van sentimenten: 75 jaarAcademie voor Lichamelijke Opvoeding Tilburg, deel 2: Statusrenovandi 1956-1986. Tilburg: Fontys Sporthogeschool, p. 171- 173.
Omslag van het belangrijkste Achodlo-rapport.

Omslag Achodlo-rapport

Belangrijke basis voor de ACHODLO-rapporten.

Belangrijke basis voor de ACHODLO-rapporten