Canonlo

Beter leren bewegen en bijdragen aan een gezonde levensstijl, ja natuurlijk!

(Venster: Over de relatie tussen lichamelijke opvoeding en gezondheid)

In de samenleving is enorm veel belangstelling voor sport en bewegen en de aandacht hiervoor blijft toenemen. De school is een onmisbare schakel in de socialisatie van de jeugd en heeft de plicht zorg te dragen voor goed onderwijs, dus ook bewegingsonderwijs.

Gezondheid als vakoverstijgend doel
Hoewel bewegen & sport (b&s) op school een andere handelingspraktijk is dan sport in de vrije tijd, bestaan er tal van raakvlakken. Het is aannemelijk dat de lessen b&s, zoals dat voor sport geldt, een 'dubbelkarakter' kunnen hebben. Het 'dubbelkarakter' kenmerkt zich door een zekere 'eigenheid' aan de ene kant en het 'ingebed in diverse verbanden' zijn aan de andere kant (Steenbergen & Tamboer, 1998). Vanuit deze twee invalshoeken kunnen sport en bewegingsactiviteiten zelf het doel zijn, maar ze kunnen ook dienen om extrinsieke, 'hogere', doelen te bereiken.

Doelstellingen die betrekking hebben op 'inleiden in sport en bewegingssituaties' worden aangeduid als vakinherente doelstellingen. Doelstellingen die gericht zijn op effecten met betrekking tot gezondheid, cognitie, mentale ontwikkeling, sociaal-maatschappelijke ontwikkeling en levensstijl worden vakoverstijgende doelstellingen genoemd. Beide typen doelstellingen zijn van belang. Ze kunnen elkaar bovendien versterken, mits nadrukkelijk gepoogd wordt het dilemma 'b&s als doel en/of b&s als middel' te overstijgen. Gezocht moet worden naar een eigentijdse doel-middelrationaliteit voor b&s op school.

Variëteit en diversiteit aan leerervaringen
De legitimering van b&s op school is vergelijkbaar met die van de andere vakken. Meer dan in de sportvereniging of het fitnesscentrum wordt van de school verwacht dat er sprake is van een pedagogisch, didactisch verantwoord en veilig leerklimaat. Het gaat om een grote variëteit aan bewegingsactiviteiten en een diversiteit aan leerervaringen. Idealiter worden de leerervaringen op school vanuit diverse invalshoeken gethematiseerd. Naast de rol van beweger kan gedacht worden aan de rol van coach, hulpverlener, scheidsrechter of instructeur. In de lessen kan goed gebruikgemaakt worden van de uiteenlopende deskundigheden van leerlingen.

Gezondheidseducatie: keuzes voor leerling en school
Het is een uitdaging om aan de wensen en behoeften van de leerlingen tegemoet te komen. Als bijvoorbeeld gevraagd wordt om meer aandacht voor 'gezondheid/fitheid' hoeft dat niet alleen gezocht te worden in het vergroten van de kwantiteit aan fysieke activiteit in de lessen. De nadruk kan ook worden gelegd op 'leren over bewegen', toegespitst op 'leren over mijn persoonlijke bewegingswensen'. Leerlingen waarderen het bovendien als zij inbreng krijgen in de les (Van Mossel & Stegeman, 2007). Wat is dan mooier om leerlingen in uitdagende, pedagogisch verantwoorde en veilige lessituaties te leren om zelf keuzes te maken en b&s zo de moeite waard vinden?
Ook scholen kunnen kleur bekennen. Zo wint het profiel 'gezonde school' aan belangstelling. In de lessen b&s op een dergelijke school zal in het verlengde van de schoolvisie duidelijk aandacht zijn voor het maken van bewuste keuzes ten aanzien van een gezonde en actieve leefstijl. De lessen zullen zich richten op een 'life-long activity'. Het is belangrijk een grote verscheidenheid aan te bieden op het gebied van cardio- en kracht- activiteiten. De nadruk zal bij alle activiteiten meer gericht zijn op het leren over gezond bewegen en niet zozeer op de kwantiteit daarvan. Het leergebied zal met gezondheidseducatie uitgebreid worden: 'no drills, but learning about lifetime skills'. De belangrijkste kenmerken van de docent b&s zijn een gezonde en actieve leefstijl, vitaal werknemerschap en bewegingsstimulering.

Een dagelijks aanbod van bewegen voor het behoud en het verbeteren van gezondheid
Teneinde vakoverstijgende doelen en algemene maatschappelijke waarden te kunnen integreren in de lessen b&s en om doelen van gezondheidseducatie te kunnen realiseren, moet gestreefd worden naar een dagelijks beweeg- en sportaanbod in het curriculum op school. Bij meer uren b&s is meer tijd ter beschikking om op diverse manieren gericht aandacht te geven aan enerzijds ontwikkelingsdoelen zoals waardebesef, de sociale integratie en maatschappelijke aanpassing en anderzijds gezondheidsdoelen als het voorkomen van overgewicht en een verantwoord voedingspatroon.

Een trendbreuk is allerminst nodig. B&s blijft ingericht worden als een leergebied. Wel zal expliciet voortdurend gezocht moeten worden naar mogelijkheden. Bedenk daarbij dat bewegingsactiviteiten door jeugdigen niet alleen gedaan kunnen worden vanuit intrinsieke overwegingen, maar dat ook extrinsieke redenen het motief kunnen zijn.

Literatuurverwijzingen

  • Bax, H. (2010). De samenleving over de kwaliteit van bewegen & sport op school, een spiegel voor de vakwereld. Zeist: Jan Luiting Fonds.
  • Mossel, G. van. en Stegeman H. (2007) Vaksecties LO en de ervaringen van hun leerlingen. In: H. Stegeman (red.), Naar beter bewegingsonderwijs. Over de kwaliteit van sport en bewegen op school (pp. 163 - 237). 's-Hertogenbosch/ Nieuwegein: W.J.H. Mulier Instituut/Arko Sports Media.
  • Steenbergen, J. en Tamboer, J. (1998). Het dubbelkarakter van sport: een conceptuele dynamiek. In: J. Steenbergen, A. Buisman, P. De Knop & J. Lucassen (red), Waarden en normen in de sport. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.

Externe links