Canonlo

Stichting Nederlandse Schoolsport

(Venster: De ontwikkeling van de schoolsport: hollen en stilstaan)

Van 1972 tot 1982 wordt de schoolsport in Nederland georganiseerd door de SNS. In de stichting participeren diverse sportsecties zelfstandig in organisatorische en financiële zin. De SNS kent een stichtingsbestuur en een stichtingsraad.
De doelstelling van de SNS luidt: 'de schoolsport in Nederland te bevorderen en te regelen in nauwe samenwerking met het onderwijs en de sportbonden'. Deze doelstelling wil men bereiken door:

  • het doen organiseren van regionale, provinciale en landelijke kampioenschappen in verschillende takken van schoolsport;
  • het coördineren van schoolsportactiviteiten;
  • het bevorderen van samenwerking tussen docenten lichamelijke opvoeding en de functionarissen van de sportbonden;
  • het zorg dragen voor een verantwoorde introductie van wedstrijdsport op school;
  • het houden van vergaderingen.
 

De SNS probeert niet alleen intern, maar ook met de beide vakverenigingen Thomas van Aquino en de KNVLO, de NSF en de door deze drie ingestelde Commissie School en Sport en de grote sportbonden, het Ministerie van CRM, de hoofdafdeling Lichamelijke Vorming en Sport, de NKS, het Ministerie van O&W, het NOC en alle media het 'publieke bewustzijn' te bereiken en daarmee ook impulsen te ontvangen voor het te voeren beleid.
De SNS wil het coördinatiepunt zijn van alle mogelijke toernooien en soms parallel lopende activiteiten van de sportbonden en zij wil dat door:

  • te stimuleren: de relatie lichamelijk opvoeding – schoolsport – sport duidelijk maken;
  • te organiseren: niet alleen van toernooien maar ook alle leerlingen die in sportbonden georganiseerd zijn;
  • te begeleiden: duidelijker maken dat als schoolsport bedreven wordt in een uitermate plezierige, schoolse en dus pedagogische sfeer met en tegen leerlingen dat een evenwichtig klimaat op de school brengt.
 

In 1974 wordt het OSS opgericht. In het OSS participeren diverse landelijke instanties vanuit het onderwijs, de sport en de overheid: de vakorganisaties KVLO en Thomas van Aquino, de ministeries van WVC en O&W en de tien grote sportbonden.
Ondanks het grote succes trekt het Ministerie van O&W in 1985 de stekker uit het project en daarmee stopt ook de verdere ontwikkeling van de schoolsport. De KVLO wil doorgaan op de ingeslagen weg en vindt in AG-verzekeringen uit Utrecht een sponsor die het belang van schoolsport ook inzag. De KVLO ziet deze externe financiering als een tussenfase. Een interdepartementale commissie van de ministeries WVC en O&W (de Commissie Van Doorn, 1986) heeft immers het advies 'Een geïntegreerd beleid voor lichamelijke opvoedeling en sport' uitgebracht. Men is er stellig van overtuigd dat de schoolsport vanuit deze adviezen een financieel stevige overheidssteun zal krijgen.
Als het sponsorcontract afloopt, neemt de deelname aan allerlei schoolsporttoernooien drastisch af. Daarbij komen ook de eerste bezuinigingsronden bij de overheid. Het ontbreekt bovendien aan coördinatie tussen de landelijke organisaties, waarbij de eigen identiteit, geldstromen en arbeidsplaatsen belangrijker lijken dan het belang van het kind.
Met de AG-verzekeringsgelden zijn de Schoolsport-Olympiades van de grond gekomen voor de groepen 6, 7 en 8 van de basisscholen. Opmerkelijk feit is dat de onderwijsinspectie 'zonder uitzondering' zijn medewerking verleent. Men ziet deze dagen als 'een onderdeel of verlengstuk van de lichamelijke opvoeding op school'.
Frans van Gastel krijgt van de KVLO de ruimte en faciliteiten om de kar te gaan trekken. Hij is de man die als eerste heeft geprobeerd meer structuur in de schoolsport aan te brengen. Hij is ook de man achter de Schoolsport-Olympiades. Zo komen er ook draaiboeken voor gemeenten die schoolsporttoernooien van de grond willen krijgen.