Venster

‘Grondslagen voor een Stelsel van Schoolgymnastiek’

De Haagse Kweekschool: J.H.O. Reys, P. Dekker en J.P. Penders mixen een kindvriendelijke ‘cocktail’

Synthese
Met zijn Grondslagen voor een Stelsel van Schoolgymnastiek (1920) probeerde de medicus J.H.O. Reijs in 1920 een synthese te scheppen van stelsels die al geruime tijd met elkaar streden. Samen met de praktijkdocenten P. Dekker en J.P. Penders verenigde hij het Duitse en het Zweedse stelsel met elkaar in een zogenaamd eclectisch stelsel. De goede elementen uit beide systemen werden samengevoegd. De bezwaren van beide systemen kwamen te vervallen.
De medisch gefundeerde oefeningen van P. Ling en opvolgers werden gekoppeld aan de Duitse toestellen. Een opvallende vernieuwing was dat leerlingen plezier moesten beleven aan de gymnastiekles. Dat kwam voort uit de opvatting van toen dat meer vanuit de positie van het kind moest worden gedacht en dat een stelsel 'kindvriendelijk' moest zijn.

Gedreven grondlegger
Reijs was privaatdocent aan de Leidse Universiteit en oprichter (1912), van de Kweekschool voor Gymnastiek en Heilgymnastiek. Later werd dat de kweekschool, Instituut voor Lichamelijke Opvoeding, de voorganger van de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding . Deze bleef bestaan tot de oprichting van de Hogescholen in 1987. Tegenwoordig is 'lichamelijke opvoeding' een van de opleidingen van de Academie voor Sportstudies van de Haagse Hogeschool.

Denken en doen
In zijn openbare lessen als privaatdocent zette Reijs duidelijk zijn opvattingen uiteen. Zijn uitgangspunt van de lichamelijke opvoeding was de toegepaste fysiologie, ondanks het feit dat het ook grenst aan de psychologie en de pathologie. Bovendien wees hij erop dat de lichamelijke opvoeding ook pedagogische betekenis heeft. Volgens Jaap Kugel wordt daardoor waarschijnlijk het grote succes van dit eclectische systeem in Nederland verklaard. De gedachten van Reijs werden vooral uitgewerkt door P. Dekker en J. Penders, de praktijkdocenten van de Kweekschool. Zij schreven in de periode 1926-1936 meerdere handleidingen voor de schoolgymnastiek. Daarin werden de lichaamsoefeningen voor de school, zowel voor het lager als voor het middelbaar onderwijs, ingedeeld in de volgende groepen: 'gymnastiek, openluchtspelen, zwemmen, athletiek, rhytmische gymnastiek, afstandmarschen en bijzondere schoolgymnastiek'. Typerend daarbij is dat de atletiek alleen aan de jongens werd toegedeeld en de ritmische gymnastiek alleen aan de meisjes.
De verdeling van de lichaamsoefeningen over de week toont duidelijk dat men ook in die tijd voorstander was van dagelijkse beweging. In de handleidingen werd voor kinderen aanbevolen: driemaal in de week gymnastiek, tweemaal openluchtspel en eenmaal zwemmen (vanaf 10 jaar). Daarnaast eens per maand een wandeling, beginnend bij één tot twee uur. Later oplopend tot drie tot vier uur per keer.

De 'eischen' van Dekker en Penders
De practici Dekker en Penders stelden onderstaande 'eischen' waaraan de schoolgymnastiek moest voldoen:
  1. het tegemoetkomen aan de bewegingsdrang der kinderen;
  2. het verstrekken van een hoeveelheid lichaamsarbeid;
  3. het bieden van een correctief aan schoolschadelijkheden;
  4. het aangeven, behouden en verbeteren van de houding;
  5. het gunstig beïnvloeden van bloedsomloop, ademhaling, spijsvertering en huidfunctie;
  6. het aanleren en onderhouden van de juistheid der bewegingen;
  7. het bevorderen van psychische hoedanigheden als: snelheid van handelen, zelfvertrouwen, enz.;
  8. het opleveren van gevolgen, het bruikbaar zijn in het praktische leven.

Wegebbende invloed
Nog tijdens de verschijning van de praktijkuitwerkingen werd de invloed van de Oostenrijkse schoolgymnastiek steeds groter. Dit kan worden afgeleid uit de inleidende teksten van bovengenoemde 'Handleidingen' van Dekker en Penders. De sterk gereglementeerde vormen werden meer en meer losgelaten. Het is daarom moeilijk het exacte einde van de Haagse Kweekschool te bepalen. Wellicht is dat het opgeven van de reserve ten opzichte van het 'natürliches Turnen van de Oostenrijkse School' in 1942.

Literatuurverwijzingen

  • Dekker. P. en Penders, J. (1926-1935). Handleiding voor het geven van school-gymnastiek (Deel 1, 2, 3A, 3A2, 3B, 3B2). Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar.
  • Kugel, J. (s.a.). Inleiding in de geschiedenis van de gymnastiek (3e druk). s.l.: s.n. 146 p. (Met name p. 118-120; p. 140).
  • Penders, J., et al. Grondslagen voor een Stelsel van Schoolgymnastiek. Den Haag: Kweekschool ter opleiding voor Gymnastiek en Heilgymnastiek'.
  • Rijsdorp, K. en Kramer, J.P. (red.; s.d.). De ontwikkeling van de stelsels van lichamelijke opvoeding (verzamelde opstellen: deel I). Den Haag- Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar. Het opstel van K. Rijsdorp (p.107-111) en het opstel van J.H.O. Reijs (p. 92-98).
  • Timmers, E. et al. (2002). HALO 90 jaar, Jubileumboek ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van de Halo. Genootschap van Vrienden van de Halo, p.13, p.24.

Auteur: Henk Mijnsbergen (versie 2012 en 2019)

Kweekschool, Instituut voor Lichamelijke opvoeding (1848-1949):
  • Sportontmoeting Boskoop en Forcial (1948);
  • Atletiekwedstrijd Nederland – België (heren) op de sintelbaan van de Laan van Poot (22-8-1948) met huldiging van de gouden estafetteploeg met Fanny Blankers - Koen
  • Kampweek op Ockenburg (1949).
Ereplaquette voor J.H.O. Reijs als erelid (19-11-1943) van het Nederlands genootschap voor heilgymnastiek en massage.

Ereplaquette voor J.H.O. Reijs

Invloed van het Zweedse stelsel: spanboogoefeningen.

Spanboogoefeningen

Leeraren der Kweekschool bij de oprichting.

Leeraren der Kweekschool bij de oprichting

Invloed van het Duitse stelsel: inwinden links, stok horizontaal.

Invloed van het Duitse stelsel

Leerplan zesde leerjaar.

Leerplan zesde leerjaar