Canonlo

Hubert van Blijenburgh, Willem

Een onverzettelijk strijder voor de ‘correcte’ gymnastiek

Willem Peter van Blijenburgh werd op 11 juli 1881 in Zwolle geboren. Willem studeerde in 1902 af aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda als 2e luitenant der artillerie. Kort daarna kreeg hij toestemming voor een
wijziging van zijn achternaam

Wijziging van zijn achternaam

Jan van Blijenburgh (1846-1895), de vader van Willem, was officier bij de artillerie. Hij trouwde in 1873 met Anna Elisabeth Holtzschue (1849-1874). Zij beviel op 3 mei 1874 van een zoon, Hendrik Willem. Deze leefde slechts twee dagen en een week later (11 mei) kwam ook Anna te overlijden. In 1880 trad Jan opnieuw in het huwelijk, en wel met Eva Hubert (1849-1921). Zij kregen twee kinderen: Willem Peter en Evert Jan Adriaan (1884-1974).

Beide kinderen hebben gelijktijdig hun geslachtsnaam uitgebreid met die van hun moeder. Op de geboorteaktes van Willem Peter (gemeente Zwolle, nr. 447) en die van Evert Jan Adriaan (gemeente Dordrecht, nr. 314) staat daarover een toevoeging dat bij K.B. d.d. 14 juni 1904, nr. 61, toestemming is verleend de naam van zijn moeder (Hubert) te verbinden met die van zijn vader. Dat leidde tot het geslacht Hubert van Blijenburgh..

Evert Jan Adriaan van Blijenburgh (1884 -1947 ) volgde nog andere voetsporen van zijn broer. Ook hij studeerde af aan de KMA (1907) als 2e luitenant der artillerie, deed mee aan schermwedstrijden en was lid van de Koninklijke Officiers Schermbond.
en ging voortaan door het leven als W.P. Hubert van Blijenburgh (H.v.B.).
Na zijn aanstelling tot 1e luitenant (22-7-1906) vond in 1907 en 1908 zijn detachering plaats, respectievelijk aan de militaire gymnastiek- en schermschool te Joinville-le-Pont (F) en die te Brussel, met als opdracht het bestuderen van het schermonderwijs in het leger.

Kennismaking met het Zweedse Stelsel
In de Belgische hoofdstad leerde H.v.B. de Zweedse gymnastiek kennen. Bij terugkeer in Nederland volgde zijn publicatie Een poging tot bevordering van de Schermkunst in Nederland. Hierin propageerde hij reeds het Zweedse stelsel. Zijn belangstelling voor dit systeem van gymnastiek leidde in 1909 tot een bezoek aan Zweden, waar hij zich verder kon verdiepen in het Zweedse systeem. Bij terugkeer in Nederland heeft H.v.B. met zijn opmerkelijke propaganda voor het Zweedse stelsel de toenmalige Nederlandse gymnastiekwereld tot nadenken gezet (zie de latere stelselstrijd). Later zou H.v.B. zich ook inzetten voor de Zweedse gymnastiek in
internationale organisaties

Internationale organisaties

De Fédération Internationale de Gymnastique Suédoise (F.I.G.S.) werd begin juni 1921 erkend op het Olympisch Congres te Lausanne. Tijdens de vergadering van de F.I.G.S. op 11 juli 1921 in Brussel werd het adjectief Suédoise vervangen door Éducative (F.I.G.E.) omdat men vond dat de Zweedse gymnastiek niet aan één nationaliteit kon worden verbonden. Dit besluit leidde tot bezwaren van Fédération Internationale de Gymnastique (F.I.G.) die stelde dat voor elke sport maar één federatie lid kon zijn van het I.O.C. De F.I.G. wilde niet dat een federatie op grond van andere grondbeginselen ook zou zijn aangesloten bij het I.O.C. H.v.B. was ondervoorzitter van de F.I.G.E. en betrokken bij de oprichting in december 1923 van de ‘Nederlandsche Vereeniging voor Gymnastiek op Zweedschen Grondslag’ die aangesloten was bij de F.I.G.E.
Tijdens het Olympisch Congres in Lissabon (1926) streed H.v.B. namens de F.I.G.E. voor aansluiting bij het I.O.C. Het I.O.C. wist echter niet goed raad met de situatie en probeerde de kool en de geit te sparen. De F.I.G.E. probeerde vervolgens het bezwaar van de F.I.G. te ondervangen door haar naam te veranderen in Fédération Internationale de Gymnastique Ling (F.I.G.L.), de statuten te wijzigen, en een driemaandelijks tijdschrift uit te gaan geven. Als gevolg daarvan werd het voor het I.O.C. , ook na het Olympisch Congres in Berlijn van 1930 en het Internationaal Congres voor gymnastiek in Stockholm van 1930 waarbij ook H.v.B. aanwezig was, niet makkelijker om uit de impasse te komen. Dat zou uiteindelijk toch lukken door andere richtlijnen voor internationale sportfederaties en Nationale Olympische Comités om erkend te kunnen worden door het I.O.C. Literatuur: De Lichamelijke Opvoeding, 1930, 18e, nr. 13, p. 298; 298-300.
.

Wetenschappelijke scholing
In de periode 1911-1913 studeerde H.v.B. aan het 'Institut Supérieur d'Education Physique, annexé à la faculté de Médecine de l'Université' te Gent. Hier verwierf hij zijn 'licencié en éducation physique' ('avec la grande distinction'). H.v.B. zette zijn studie een jaar voort in Amerika waar hij in 1913-1914 twaalf maanden studeerde aan het toenmalige International Y.M.C.A. College in Springfield, een Christelijke opleidingsschool voor jeugd- en sportleiders. Hij sloot zijn studie af met een scriptie getiteld: A critical study of Swedish Gymnastics (pdf, 50mb) ('worthy of very high praise'). Hij mocht zich daarmee 'Master of Physical Education' noemen. Als directeur (1919-1928) van de op 29 oktober 1913 geopende Militaire Gymnastiek- en Sportschool in Utrecht nam H.v.B. basketbal op in het programma. Hij kende dat spel van Springfield College waar het in de winter van 1891-1892 door James Naismith was ontworpen.

Militaire loopbaan
Weer terug in Nederland werd H.v.B. in 1915, na een studiereis naar o.a. Stockholm en Kopenhagen, belast met de
reorganisatie van de lichamelijke opvoeding

Reorganisatie van de lichamelijke opvoeding bij de marine

H.v.B. in was in 1915 in Willemsoord (Den Helder) aangesteld om te zorgen voor een heroriëntatie en reorganisatie de lichamelijke oefening door en voor het personeel van de Koninklijke Marine. Na zijn studiereis in 1915 naar Zweden, werd een torpedoloods omgebouwd tot gymnastiekzaal met aangebouwd theorielokaal. Die infrastructuur was nodig omdat hij als opdracht had de opleidingen bij de Marine los te koppelen van die bij de Landmacht.

Naast het lesgeven aan de adelborsten hield H.v.B. zich, in de jaren (1916-1919) dat hij hoofd was van de Marine Sport- en Gymnastiekschool, voornamelijk bezig met:
  • De invoering van de Zweedse gymnastiek;
  • Het vervaardigen Nieuwe voorschriften voor het gymnastiekonderwijs bij de Marine;
  • Het opleiden van officieren en onderofficieren tot leiders van lichaamsoefeningen;
  • Het bevorderen van de verschillende takken van sport als aanvulling op de gymnastiek.
In 1917 werd, op voorstel van H.v.B., gestart met de bouw van een zwembad dat in 1919 werd opgeleverd.
bij de Marine. Aangezien in het leger belangstelling was ontstaan voor de Zweedse gymnastiek, benoemde de minister van Marine in 1916 H.v.B. als eerste hoofd van de op 29-10-1913 geopende Marine Sport- en Gymnastiekschool te Willemsoord (Den Helder). Intussen had zijn bevordering (1-11-1916) tot kapitein der artillerie plaats gevonden. Het gevolg van deze aanstelling was de invoering van de Zweedse gymnastiek in dit legeronderdeel. Een jaar later werd deze gymnastiek bij K.B. ook voor de andere krijgsmachtonderdelen ingevoerd. In 1919 werd HvB op
advies van een commissie

Advies van een commissie

In 1919 verscheen het advies van een in 1917 ingestelde commissie teneinde de Zweedse gymnastiek in het leger in te voeren. Tevens werd geadviseerd de, op 29 oktober 1913 geopende en in 1914 weer tijdelijk opgeheven, Militaire Gymnastiekschool in Utrecht te heropenen. Aldus geschiedde: de Militaire Gymnastiekschool werd op 1 september 1919 heropend. Maar in 1926 werd deze weer gesloten.
van de Koninklijke Landmacht benoemd tot directeur van de Militaire Gymnastiekschool in Utrecht. De opleiding tot sportinstructeur bij de Marine ging met H.v.B. mee en vond van 1920 tot 1923 plaats in Utrecht. In de aanloop van zijn nominatie tot directeur in Utrecht had H.v.B. zich ingeschreven aan de medische faculteit van de universiteit van Gent en promoveerde daar op 2 augustus 1919 tot 'Docteur en Education Physique'. Zijn proefschrift droeg als titel: 'Du rôle du pied dans l'élévation sur les pointes des pieds'. Hij was niet alleen de eerste Nederlander die promoveerde in de lichamelijke opvoeding maar ook de eerste doctor in de lichamelijke opvoeding ooit aan de Rijksuniversiteit Gent.
Vanaf 1932 was H.v.B. adviseur van de commandant van de Marine teneinde het Hoofd van de Gymnastiek- en Sportschool van de Marine te kunnen adviseren inzake de lichamelijke opvoeding bij de Marine en de opleidingen.

Eerste privaatdocent lichamelijke opvoeding
Bij Koninklijk Besluit van 9 augustus 1917 werd het ‘Algemeen College van Advies voor de Lichamelijke Opvoeding’ ingesteld, onder voorzitterschap van F.W.C.H. baron van Tuyll van Serooskerken (vanaf 1894 lid van het I.O.C.). H.v.B. was (in ieder geval tot 1930) deelgenoot van dit ‘College’ dat grote invloed kreeg op de ontwikkeling van de lichamelijke opvoeding. Het betrof hier bijvoorbeeld een leerplan voor de lichaamsoefeningen, de opleiding voor gymnastiekleraren en de beschikbaarstelling van speelterreinen en gymnastieklokalen. In 1924 ontving H.v.B. een regeringsonderscheiding. Op 5 november 1925 hield hij zijn inaugurale rede als 'eerste' privaatdocent in de theorie en praktijk van de lichamelijke opvoeding aan de faculteit der Letteren en Wijsbegeerte (onder deze faculteit werden de opvoedingswetenschappen ingedeeld) van de Rijksuniversiteit te Utrecht. In 1925 volgde zijn benoeming tot docent aan de Amsterdamse ALO.
H.v.B was ook nog enkele jaren medewerker aan het tijdschrift De Revue der Sporten, was correspondent voor de afdeling Utrecht van de in 1897 opgerichte Koninklijke officiers Schermbond (KOS), zat als 1e secretaris in het bestuur van de KOS en werd in 1930 tijdens een congres in Stockholm, lid van de dat jaar opgerichte Internationale Federatie voor de Zweedse Gymnastiek.

Olympische sporter
Tijdens zijn carrière in het leger - schermen stond op het curriculum van de cadetten - ontwikkelde H.v.B. zich tot een uitstekend schermer en was betrokken bij de oprichting (1-2-1908) van de Nederlandse Amateur Schermbond (de huidige KNAS). Samen met enkele anderen stelde hij de reglementen mee op en zat als commissaris in het eerste bestuur van de schermbond. HvB deed mee aan vele internationale wedstrijden, werd kampioen van Amerika op sabel (1914) en behaalde bij de Nationale Olympische Spelen in 1916 de 2e prijs, zowel op degen als op sabel. In 1919 werd hij Nederlands kampioen op sabel.
In de periode 1906 ( de zogenaamde 'tussen liggende spelen') tot en met 1924 nam hij aan alle Olympische Spelen deel en behaalde in teamverband drie bronzen medailles in het schermen op de Olympische Spelen van 1912 (degen en sabel) en 1920 (sabel).

Zijn 'oorlogsverklaring' en verdiensten
H.v.B. heeft grote invloed uitgeoefend op de wijze waarop het Nederlandse gymnastiekonderwijs gegeven zou worden. Met zijn vele publicaties en optreden bracht H.v.B. veel beroering binnen de wereld van de lichamelijke opvoeding. J.M.J. Korpershoek (namens het hoofdbestuur van De Lichamelijke Opvoeding) heeft hem gekarakteriseerd als 'een strijdbare en strijdende figuur'. H.v.B. schuwde de felle strijd niet als het ging om de invoering van het door hem gepropageerde Zweedse stelsel in zowel het leger als het onderwijs. Dit optreden riep een hevig verzet op van zijn tegenstanders, 'die andere principes en grondslagen, andere praktische werkwijzen op dit terrein voorstonden'. Het gevolg was een '(stelsel)strijd' die niet alleen meer op feitelijke argumenten, maar tevens op persoonlijke aanvallen was gebaseerd en zodoende als 'bitter en onstuimig' is geduid.
Hoe diep deze militair de wonden geslagen heeft, blijkt uit de typering van Korpershoek: 'Zonder aarzeling en zonder schroomvallig respect voor het bestaande, maar voor zijn rede als verkeerd en averechtsch zich voordoende, moest hij dit bestaande aanvallen en vernietigen; het moest als nadeelig voor de bereiking van het gestelde en noodzakelijk te verwezenlijken doel, afgevoerd en afgeschreven worden'. De eerste publicatie (1910) van H.v.B., voorzien van een 'forse, niets ontziende strijdroep', was volgens het genoemde hoofdbestuurslid een 'oorlogsverklaring' aan het Duitse stelsel.
Desondanks was de verdienste van H.v.B. dat hij zichzelf en andere vakmensen aanzette 'tot nieuwe bezinning omtrent de juistheid der voorgestane en toegepaste beginselen, der doelstellingen en der toegepaste werkmiddelen', maar tevens uitdaagde tot scherpere formulering daarvan. Mede daardoor gaf hij een nieuwe stimulans tot bestudering van de nieuwste inzichten op het gebied van de 'fysiologie, de psychologie, de bewegingsleer, de biologie, de pedagogiek, de hygiëne en de techniek', aldus de voorzitter van het hoofdbestuur.
Op 14 oktober 1936, het jaar van de Olympische Spelen in Berlijn, is Willem H.v.B. op 56-jarige leeftijd gestorven in Bilthoven. In dat jaar had hij de
erebrassard

Erebrassard

De erebrassard van de Koninklijke Militaire Schermvereniging (KMSV) werd in 1936 ingesteld door de toenmalige Koninklijke Officiers Schermbond (KOS). De brassard is een rood-wit-blauwe armband met daarop een met gouddraad geborduurde Nederlandse Leeuw. H.v.B., die natuurlijk regelmatig deel nam aan de wapenfeesten van de KOS, ontving de erebrassard voor zijn internationale schermsuccessen en het’ in ere brengen’ van de KOS.
ontvangen.

Literatuurverwijzingen:

Externe links:



Auteur: Jaap Tuinenga