Canonlo

De kern van lichamelijke opvoeding: leren veelzijdig en intensief bewegen

(Venster: Over de relatie tussen lichamelijke opvoeding en gezondheid)

'Wie een lichaam heeft dat tot zeer veel in staat is,
heeft een geest waarvan het grootste deel eeuwig is.'
(Spinoza, Ethica V, stelling 39, 1675)


De kern van de lichamelijke opvoeding of het bewegingsonderwijs moet zijn: anderen leren veelzijdig en intensief te bewegen. Dit heeft alles te maken met de samenhang tussen de evolutie van de mens en de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van de tegenwoordige mensen.

Biologische evolutie
Vanaf het moment van de conceptie tot en met de ouderdom gaan duizenden genen en talloze omstandigheden fysiologische interacties met elkaar aan, die ook nog onderling moeten samenwerken. Het proces en het resultaat is uiterst complex.
Alle eigenschappen van de mens die noodzakelijk zijn om cultuur te ontwikkelen - met religie, filosofie, techniek, wetenschap, kunst en sport - zijn bij onze voorouders door biologische evolutie ontstaan. Deze eigenschappen zijn, in volgorde van oud naar meer recent: eigenbelang, begoocheling, leerprocessen, spelgedrag, emoties, empathie, zelfbewustzijn veelzijdig bewegen en taal. Genoemde eigenschappen zijn uiteindelijk bij onze mensachtige voorouders, vanaf zo'n 3 à 4 miljoen jaar geleden, verder geselecteerd om te jagen en te verzamelen. Overleven was destijds alleen maar mogelijk door dit gedrag steeds perfecter uit te voeren.
Toen onze voorouders overgingen naar landbouw en veeteelt, ongeveer 10.000 jaar geleden, hadden zij een 'steentijdaanleg' en deze is daarna nauwelijks meer veranderd. Biologische evolutie gaat immers bijzonder langzaam.

Investeren ter voorkoming van schade door lichamelijke inactiviteit
De omstandigheden zijn inmiddels wel veranderd. Ondanks de gestegen levensverwachting bewegen mensen minder en verbruiken ze veel minder energie als gevolg van mechanisatie van het verkeer, de arbeidsprocessen, de werkzaamheden thuis, en de fysiek minder actieve vrijetijdsbesteding. Het overgewicht neemt gemiddeld toe, zelfs wanneer tegelijkertijd de inname van energie per dag afneemt. Bijna iedereen kan gelukkig nog steeds alle kenmerken van de-mens-in-onze-cultuur tot op hoge leeftijd goed benutten. Alleen het veelzijdige en intensieve bewegen wordt helaas van minder belang geacht. Dit standpunt leidt onmiskenbaar tot schade.
Van biologische evolutie in de vorm van wijziging van genetische eigenschappen kan niets verwacht worden omdat de technologische evolutie veel sneller is gegaan. De ontwikkeling van een complex organisme is nu eenmaal afhankelijk van de talloze interacties tussen alle fysiologische processen die daaraan ten grondslag liggen. Deze processen vormen bij de mens niet alleen het fundament voor een gezonde en actieve leefstijl maar zijn ook de basis voor vele andere aspecten van de cultuur, zowel sociaal, emotioneel als cognitief. Op deze wijze ontwikkelt zich de menselijke aanleg in samenhang met de omstandigheden. Teneinde de samenhang tussen aanleg en omstandigheden zo perfect mogelijk te laten ontwikkelen, moeten alle betrokkenen wel bereid zijn te investeren.

Literatuurverwijzingen

  • Bult, P. en Rispens, P. (1999). Learning To Move, Acquiring versatility in movement through upbringing and education. Maastricht: Shaker Publishing, 46 p.
  • Bult, P. (1964). Bewegingsopvoeding als evolutionair probleem (proefschrift). Groningen: Rijksuniversiteit, 205 p.